Bewustzijn

Bewustzijn is Bewust zijn.

Toen Mozes aan God vroeg: “Wanneer ik tot de Israëlieten kom en hun zeg: De God uwer vaderen heeft mij tot u gezonden, en zij mij vragen: hoe is zijn naam – wat moet ik hun dan antwoorden?” Toen zei God tot Mozes: “Ik ben, die Ik ben. Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden”.

Een ander woord voor ‘Bewustzijn’ is ‘God’ omdat Bewustzijn tot de wereld van het Onnoembare, het Onzienbare, het Onkenbare, Tao, enz. behoort en niet in menselijke woorden te vatten is.
Vandaar dat de god, die tot Mozes sprak, zich kenbaar maakt met: Ik ben.

Wij ontlenen onze levensbeschouwing aan Bewustzijn, die Is.
De levensbeschouwing die in onze hersenen is geïncorporeerd (= ingelijfd) heeft invloed op de manier waarop wij ons gedragen.
Bewustzijn valt niet te lokaliseren in de hersenen, is ook niet te lokaliseren. Maar mijn hersenen richten zich wel naar mijn bewustzijn, die ik God noem.
Bewustzijn is dus niet fysiek. Bewustzijn is daar waar mijn aandacht is.

Jezus zegt: Waar uw schat is daar is ook uw hart.

Dat je je bewustzijn ook kunt kennen lezen wij bijv. hier: ‘opdat de God van onze Here Jezus Christus u de Geest geve om Hem te kennen’

Omdat bewustzijn niet fysiek is, omdat het niet te lokaliseren is in de hersenen noch in het lichaam, blijft het aanwezig als de mens overlijdt; het verdwijnt niet als de persoon overlijdt.
Zijn lichamen (emotioneel- en denklichaam) vergaan tot stof in de resp. astrale- en mentale wereld maar zijn ‘Ik ben’ blijft.

Conclusie
Waar ik in mijn leven mijn aandacht op heb gevestigd daardoor word ik ook gevormd en geleid; ‘Ik ben’ bepaalt mijn denken en mijn handelingen. Mijn hersenen, waar mijn gedragingen uit voortkomen, passen zich aan mijn bewustzijn aan.
Populair gezegd: Als ik mijn leven aan Hem (Ik ben) toevertrouw dan zorgt Hij voor mij. Mijn hersenen passen zich hierbij aan, zich uitend in de dagelijkse beslommeringen d.m.v. mijn gedragingen.

Het innerlijk van de mens is de arena waar de worsteling tussen beide Goden plaatsvindt: Is zijn aandacht gevestigd op ‘Ik ben’, de God die IS of is zijn aandacht gericht op ‘Ik ben’ van het zelf, de god van de matrix, de demiurg.

“Een goed mens brengt uit de goede schat zijns harten het goede voort en een slecht mens brengt uit de boze schat het boze voort.”

De mens in het algemeen denkt doorgaans dat hij het zelf is, die zijn hersenen vorm geven en veranderen. De spiegelneuronen in zijn hersenen stellen hem in staat om zich aan de ander te spiegelen. De empathie/sympathie stelt hem in staat om zich bijv. in te leven in de ander. Dit vermogen gaat niet vanzelf. Dit vermogen te ontwikkelen dan wel teniet te doen, dat doet hij zelf; dat bepaalt namelijk mede zijn identiteit. Bij die identiteit hoort ook hoe hij over de dingen denkt, hoe hij tegen de wereld aankijkt, zijn visie op gebeurtenissen, enz.

Deze totaliteit vormt zijn levensbeschouwing die zijn gedragingen (zijn denken, zijn doen, zijn gevoelens e.d.) beïnvloeden.

Innerlijke ontwikkeling
Het verwerken van ervaringsinformatie door de hersenen loopt parallel met het verwerken van voedsel door het spijsverteringsstelsel.
Ervaringen die niet verteerd worden, die ‘men niet weg kan krijgen’, laten resten na die het vrij doorstromen van energie belemmeren.
Op emotioneel niveau kennen wij deze residuen als ‘traumatische complexen’. Op fysiologisch en neurologisch niveau worden zij ervaren als ‘kristallisaties’.

Men kan deze kristallisaties letterlijk voelen; zij veroorzaken een scherpe pijn (een z.g. ‘trigger’ gevoel) wanneer men ze onderzoekt.  

Natuurgenezers en homeopaten gebruiken natuurlijke remedies en daarmee proberen zij de aangeboren regeneratieve krachten van het eigen lichaam te versterken. Maar hiermee (symptoombestrijding) los je het echte probleem (de oorzaak) natuurlijk niet op.
Veel moeilijker bereikbaar zijn de sjablonen en verkeerde voorstellingen die via langdurige erfelijke, culturele en maatschappelijke conditioneringsprocessen in de hersenen gekristalliseerd zijn. 

“Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen . . “
Dit is de ervaring van velen aan het begin van het lezen van het Woord. Maar door jezelf te blijven spiegelen aan hetgeen geschreven staat, lost de waas langzamerhand op. Al jouw blokkades lossen op en je wordt vrij!