Stille overgave

Wij leven in een tijd dat het voor de ware gelovigen niet meer nodig is om God te vereren op één speciale, bepaalde plaats; een kerk, een ‘heilige’ plaats of stad of waar dan ook in de wereld.

De heilige Geest is immers overal en is niet gebonden aan wat dan ook en waar dan ook. Deze Geest leert jou God, de Vader, kennen. “God hoort bij de hemelse wereld. Alleen door de heilige Geest kun je God echt leren kennen. En alleen dan kun je hem op de juiste manier vereren.”

De Demiurg zal jou zeer zeker niet zomaar laten gaan. Hij infiltreert in jouw gedachten door middel van jouw zwakheden. Als je deel I goed in je hebt opgenomen, dan zal je begrijpen dat de demonische machten het meest actief zijn op het terrein van iemands verkeerde verlangens en verslavingen.

Demonen creëren in jouw gedachten een situatie waarnaar je verlangt en waarin jouw lust ligt; het genot bij het inhaleren van een drug, hoe lekker het is om je helemaal te laten gaan met drank en seks bij een feestje, e.d.

 Je denkt dat jij het zelf bent, die met zulke gedachten speelt. Maar jij hebt intussen geleerd dat het de kwade geesten zijn die via jouw verlangens jou proberen te verleiden. En als het ze lukt om jou te verleiden doordat jij je daaraan overgeeft dan maken ze dat verlangen bij jou sterker zodat jij je ook daar weer aan toe geeft . . . .

En zo word je, door steeds maar weer toe te geven aan die ene lust geleidelijk aan tot slaaf gemaakt van die lust.Het woord ‘verslaving’ zegt het al: je bent een slaaf geworden. Een slaaf van een of meerdere lusten in jouw zelf.Dan ligt het voor de hand om het op te geven, toch? De verlossing is niet voor jou weggelegd; wel voor iemand anders, maar niet voor jou! Jij bent te slecht om nog gered te worden. Als je heel eerlijk bent, dan ben je reddeloos verloren, vind je niet?

Je probeert die slechte gedachten te bevechten door goede gedachten daar tegen over te stellen, door die slechtheid te negeren, en wat je ook probeert, het lukt jou niet om jouw zwakheid te overwinnen. En terecht!

Dit soort gedachten is ons, alle christenen in de wereld, wel bekend. En wat doe jij als die briesende leeuw op jou afkomt? Geef jij je direct gewonnen of durf je hem tegen te staan, zoals Jezus deed, toen de duivel Hem probeerde te verleiden met: ga weg, satan!

“Laten we het oog gericht houden op Jezus, die ons op de weg van het geloof is voorgegaan en ons naar de volmaaktheid brengt. Om de vreugde die voor hem in het verschiet lag, heeft hij het kruis op zich genomen en de schande niet geteld. Nu zit hij aan de rechterzijde van de troon van God.

Denk aan hem die, tijdens zijn leven op aarde, zoveel tegenwerking van zondaars heeft verduurd. Dat zal jou helpen de moed niet te verliezen en de strijd niet op te geven”. Jezus heeft toen veel moeten lijden, net als wij nu. Zelf heeft hij nooit iets verkeerds gedaan. Maar hij weet wel hoe moeilijk het is om geen verkeerde keuzes te maken.

Die geloofsstrijd, zoals de innerlijke strijd ook wel genoemd wordt, dwingt ons om in de dagelijkse omstandigheden ‘een toontje lager’ te zingen; om ons bescheidener op te stellen tegenover onze medemensen of zoals uitgedrukt in deze stille overgave:

“Heer, ik voel me niet beter dan anderen, mijn hart is niet trots, mijn blik is niet hoogmoedig, ik denk niet dat ik belangrijk ben of dat ik alles kan. Ik zoek niet wat te groot is voor mij en te hoog gegrepen. Nee, ik ben stil geworden; ik ben rustig en stil. Ik heb mijn ziel tot rust gebracht, ik voel me veilig bij u, zoals een kind in de armen van zijn moeder – als een kind is mijn ziel in mij”.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *