Het zendingsbevel

Bij velen, die ergens een Bijbel thuis hebben liggen, klinken de volgende woorden van Jezus in Mattheus 28 vs 19 hen vast bekend in de oren: “Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb”.
En in de eeuwen daarna hebben vele missionarissen en zendelingen het zendingsveld in de wereld betreden. De vraag luidt echter: “Welke boodschap hebben de goed bedoelende “godsgezanten” de wereld in gestuurd??”

Er gaat aan het zendingsbevel namelijk nog een heel belangrijke gebeurtenis vooraf, die de allermeeste gelovigen over het hoofd hebben gezien. Of hebben ze het wel gelezen, maar niet gezien wat er staat!

Een belangrijke gebeurtenis
Jezus was zojuist opgestaan uit de dood. En daarmee heeft Hij, voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid, als eerste mens het pad geopend naar “het huis van Zijn Vader”, zoals te lezen is Johannes 14.
Voor Zijn komst, gedurende het oud-testamentische bewind onder YHWH, de schepper god vanaf het Boek Genesis, was het voor de mens niet mogelijk om terug te keren naar zijn Oorsprong, zijn Thuis!
Laten we hfdst 28 dus eens lezen vanaf het begin.

Opstanding uit de dood
Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft”.

Ooggetuigen van Zijn opstanding
We lezen verder wat de engel te zeggen heeft: “En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.”
Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan Zijn leerlingen te gaan vertellen. Op dat moment kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op Hem toe, grepen zijn voeten vast en bewezen Hem eer. Daarop zei Jezus: ‘Wees niet bang. Ga Mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze Mij zien.’
Maar ook de bewakers, die bij het graf de wacht hielden, zagen dat Zijn graf leeg was.

De leugen van de Joodse Raad
Willen jullie weten waarom Jezus tijdens Zijn leven tekeer ging tegen de geestelijkheid in Zijn tijd, de Farizeeën en Schriftgeleerden?
Omdat zij weigerden te erkennen dat Hij, Jezus Christus, de Zoon was van de hemelse Vader, en dat Hij de schepper, hun god, de vader van de leugen noemde.
Laten we zelf maar eens verder lezen: “Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. Die vergaderden met de oudsten en besloten de soldaten een flinke som geld te geven en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.” En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’ Ze namen het geld aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de Joden de ronde”.

Het tegenwoordige christendom is misleid
Tot op de dag van vandaag doet de geestelijkheid hun valse verkondiging over de hele wereld horen, dat de schepper, zoals wij daarover lezen in het Oude Testament van de Bijbel, de enige god is en “buiten hem is er geen”. Dit lezen wij in meerdere Schriftplaatsen, o.a. in Hosea hfdst.13 vs 4: “Maar Ik ben de Here, uw God, van het land Egypte af; een God nevens Mij kent gij niet en een verlosser buiten Mij is er niet”.

De mensen zijn vele generaties lang geïndoctrineerd geweest met het farizese zuurdesem, dat de schepper hun enige god is. Ware christenen, die hem afwezen, werden vervolgd en velen stierven daardoor een gewelddadige dood.

Wat gebeurde er werkelijk na Zijn kruisdood?
Ondanks het feit dat velen in het bezit zijn van een Bijbel, is het de wereldbouwer gelukt om een bedekking de leggen over het bewustZijn van de allermeeste gelovigen. In Mattheus hfdst 22 legt Jezus d.m.v. een gelijkenis uit dat van de geroepenen slechts een klein deel daadwerkelijk gehoor geeft aan Zijn evangelie; zij zijn de uitverkorenen.

Laten we maar eens een hoofdstukje terugbladeren naar Mattheus hfdst. 27 over het volgehouden ontkennen en negeren van Jezus Christus als de Zoon van de hemelse Vader door de geestelijkheid in die tijd.
Het citaat verwijst naar het gebeuren direct nadat Jezus aan het kruis gestorven was: “Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest.
Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst
overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’

De afwikkeling van formaliteiten
In die dagen was Pontius Pilatus de Romeinse provinciebestuurder van Judea vanaf het jaar 26 of 27 tot 37 na Christus. Een zekere Josef, dus niet de vader van Jezus, die zelf leerling van Jezus was geworden, meldde zich diezelfde avond bij Pilatus en vroeg hem of hij het lichaam van Jezus mee mocht nemen. Na toestemming legde hij het lichaam af en “rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok”.

De samenzwering van de Farizeeën
De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus.
Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.”
Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’ Pilatus antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten”.

Ontkenning tot de dag van vandaag
Laten zij, die zich vast blijven klampen aan de blinde wegwijzers, de farizeeën in onze tijd, toch vooral blijven volhouden aan hun god, die hen wegvoert van hun Bestemming.
Doelend op de Farizeeën zegt Hij in Mattheus 15 vs 13: “Elke plant die niet door mijn hemelse Vader is geplant, zal met wortel en al worden uitgerukt. Laat ze toch, die blinde blindengeleiders”!

In het hogepriesterlijke gebed dat Jezus aan Zijn Vader richt, en dat we in zijn geheel kunnen lezen in Johannes hfdst. 17 valt het op, dat Jezus Zich slechts bekommert om de uitverkorenen, en niet om de vele geroepenen, die “halleluja” zingend zowel zichzelf als hun medemensen bedriegen met hun schijn van christelijkheid.

Het zal dan ook het Evangelie van Jezus Christus zijn, dat in onze tijd in opmars is; het ontmaskert de schepper god als de vader van de leugen. Het Evangelie van Christus is het herleefde zendingsbevel dat tot de ondergang van alle demiurgische, corrupte wereldsystemen leidt en daar, door Zijn Wederkomst, een einde aan maakt.

Tot slot
Voor de enkelingen, die zich tot de uitverkorenen weten, hier nog enkele regels uit Johannes 17: “Ik heb aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van U, maar U hebt hen aan Mij gegeven. Ze hebben Uw woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat U Mij hebt gegeven, van U komt.
Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U Mij hebt gezonden. Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die U Mij hebt gegeven, omdat zij van U zijn – alles wat van Mij is, is van U, en alles wat van U is, is van Mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die U ook aan Mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals Wij één zijn”.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *