Mattheüs 6

Tabitha is in mei vier jaar geworden. Na de zomervakantie gaat zij naar de basisschool in de stad. Martha, haar moeder, heeft het taxivervoer inmiddels geregeld. Naarmate die eerste schooldag nadert raakt Martha steeds meer in de zenuwen.
“Wat een enorme stap voor zo’n klein kleutertje”. Zo zit ze dagenlang thuis en overmorgen staat de taxibus om half acht ‘s morgens al voor de deur. Haar maag krimpt ineen van de spanning. Hoewel zij niet gewend is om te bidden, doet zij dat toch. Zij voelt dat ze dat vaker zou moeten doen maar het dagelijkse leven slokt teveel van haar tijd en energie op.
“O lieve God, blijf toch dicht bij mijn lieve kleine knuffelmeisje. Ik zal haar de hele dag niet meer zien. O wat zal ik haar missen. Om vier uur ’s middags wordt zij pas thuis gebracht. Zorgt U voor dit kleine schaapje dat ik in Uw handen leg….”
De gehele dag wordt Martha in gedachten door het gebed in beslag genomen. Nog één nacht slapen en dan breekt de gevreesde dag aan. “Zul je veel aan je mama denken, Tabitha” ?vraagt Martha, bijna smekend, aan haar dochtertje. “Ja mama”, belooft het meisje voordat zij de schoolbus instapt. De grote zijdeur schuift met een smak in het slot. Martha kan haar tranen niet langer bedwingen. “Stel je voor! Het hele jaar lang zal zij haar kleine meid zo weinig meer zien”.
Die dag gaat als in een roes aan Martha voorbij. Haar gedachten zijn alleen nog maar bij haar dochtertje. De uren kruipen voorbij. En dan is het zover. Toet, toet! De taxibus stopt en de chauffeur zwaait de grote zijdeur open. Het kleine meisje klimt eruit en wordt in de liefdevolle armen van haar mama gesloten. Al spoedig wordt Tabitha met allerlei vragen van belangstelling overspoeld. “De chauffeur was lief en de juffrouwen hadden haar verwend. Zij heeft met de klas allerlei spelletjes gespeeld en op de terugweg heeft de chauffeur met zijn passagiertjes allemaal kinderliedjes gezongen. O ja, en zij heeft ook twee nieuwe vriendinnetjes…..”
Maar heb je ook nog aan mama gedacht, Tabitha”? vraagt Martha nieuwsgierig. “Eh nee, mama, en die nieuwe vriendinnetjes vragen of ik…..” De rest van het verhaal hoort Martha niet eens meer. Martha is teleurgesteld. Zij voelt zich verbitterd en verdrietig van binnen. “Niet één minuut, niet eens een seconde heeft haar dochtertje aan haar mama gedacht”! concludeert ze. “Heb ik mij zo ingespannen en zorgen gemaakt voor niets. Als ik van tevoren geweten had dat de dag zo verlopen zou, dan had ik deze dag anders doorgebracht”. De enthousiaste verhalen van haar dochtertje doen haar eerder pijn dan dat zij daar blij over is. Teleurgesteld gaat Martha achter haar PC zitten. Toevallig heeft zij van haar vriendin over de Levensreis-website gehoord. Zij leest daarin hoe iemands ingewortelde egoïsme zijn ogen dichtsmeert zodat deze de goddelijke zegeningen niet meer opmerken. Martha schrikt. Zij betrapt zichzelf erop dat zij zo bitter en teleurgesteld is omdat niemand, zelfs haar dochtertje niet, iets van haar intense gebeden heeft gemerkt. “God heeft dus eigenlijk wél mijn gebed verhoord…,”moet zij tot haar schaamte erkennen.Verleden jaar heeft zij een soortgelijke ervaring meegemaakt met haar zwager van wie zij ook zoveel hield. Door een motorongeluk belandde hij in het Rode Kruis Ziekenhuis. Zijn lichamelijke toestand was zeer kritiek.
Martha herinnert zich de vele dagen achter elkaar van intens gebed. Als door een wonder was hij over zijn kritieke punt heen gekomen. Zijn herstel verliep daarna uiterst voorspoedig. Toen voelde zij ook al die domper van bitterheid en miskenning. Haar aandeel in zijn herstel dankzij haar gebed werd volgens haar ook al door niemand opgemerkt.
“God slaat acht op uw innerlijke, niet-zichtbare mens, want dat is uw werkelijke ik”.
Martha moet nu even lachen. Zij voelt zich getroost door deze gedachte, die zomaar door haar hoofd flitst. Zij ziet nu in dat God in haar leven al vele van haar gebeden heeft verhoord. Dankzij dit inzicht heeft Martha een nieuwe dimensie aan haar geloofsleven weten toe te voegen waardoor zij beter leert kennen wie Hij is.
